zuchten

(doorverwezen van zuchtte)
Vertalingen

zuchten

seufzen, ächzen, jammern, sich ersehnen, sich sehnen, stöhnen, wehklagen, wimmernsigh, moan, ache, groan, longfor, yearnsoupirer, gémir, aspirer, aspirer à, aspirer (à)borbottare, gèmito, sospirareيَتَنَهَّدُvzdychatsukkeαναστενάζωsuspirarhuokaistauzdahnutiため息をつく한숨 쉬다sukkewestchnąćsuspirarвздыхатьsuckaถอนหายใจiç geçirmekthở dài叹息 (ˈzʏxtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zuchtte , voltooid deelwoord heeft gezucht
hoorbaar krachtig uitademen De dokter vroeg hem een paar keer diep te zuchten zuchtend en steunend de steile trap beklimmen
lijden door zuchten onder een dictatuur
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.