zelf

Vertalingen

zelf

selbst, selberitself, self, herself, himself, proper, ourselvesmême, moi, soi, soi-même, nous-mêmespropio, nosotros mismos{{pn}}أَنْفُسُناsamiselvοι ίδιοιitsesami samcatinoi stessi私達だけで우리 자신oss selvsamemunós mesmosсамиsjälvaด้วยตัวเราเองkendimizchính chúng tôi自己 (zɛlf)
voornaamwoord
<als je nadruk legt op een persoon> Ik heb het zelf gezien. De minister kon zelf niet komen, dus de staatssecretaris hield een toespraak.