woonhuis

Vertalingen

woonhuis

maison d'habitationcasacasaдомบ้าน (ˈwonhœys)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -huizen
huis dat is ingericht als woonhuis Onder het woonhuis van de tandarts bevindt zich haar praktijkruimte.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.