woning

Thesaurus
Vertalingen

woning

Wohnung, Wohnhausdwelling, residence, abode, accommodationhabitation, logement, demeure, domicile, gîte, logis, appartement, lieux, maison, toithabitaciónresidenza (ˈwonɪŋ)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en
huis, appartement of etage waar je woont
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.