vrezen

(doorverwezen van vreesde)
Vertalingen

vrezen

befürchten, fürchten, sich ängsten, sich ängstigen, zagenfear, beafraidofcraindre, redouter, avoir peur, appréhender, tremblertemerpauraстрахmedoφόβοςstrachfrygtpelko恐怖rädslaกลัว ('vrezə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vreesde , voltooid deelwoord heeft gevreesd
bang zijn (voor) Ik vrees dat het niet goed zal aflopen. Je hebt niets te vrezen. Ik vrees van wel.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.