verwijten

(doorverwezen van verweet)
Vertalingen

verwijten

schelten, vorwerfen, Vorwürfe machenblame, rebuke, reproach, reprove, scoldreprocher, gronder, reprendre, réprimander, sermonner, reprocher (à) (vər'wɛitə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verweet , voltooid deelwoord heeft verweten
(iemand) schuldig achten aan of beschuldigen van (iets) iemand iets verwijten Er valt hem niets te verwijten. We hoeven ons niets te verwijten.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.