verkopen

Vertalingen

verkopen

verkaufen, einen Umsatz erzielen, umsetzen, veräußernsell, disposeof, transactmoney, vendvendre, débiter, (se) vendre, administrer, dire, donner, faire accepter, placervenderيَبْيعُprodatsælgeπουλώmyydäprodativendere売る(물건을) 팔다selgesprzedaćvenderпродаватьsäljaขายsatmakbán出售出售למכור (vərˈkopə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd verkocht , voltooid deelwoord heeft verkocht
1. kopen (iets) aan een ander leveren tegen betaling woordenboeken verkopen per stuk verkopen
zeggen dat je iets niet in voorraad hebt of iets niet kan doen
dan kun je niet anders meer
2. geven iemand een klap verkopen
3. vertellen onzin verkopen
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.