uithollen

Vertalingen

uithollen

évider, miner, sortir (de...) en courant, vider, creuser (ˈœythɔlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd holde uit , voltooid deelwoord heeft uitgehold
iets hol maken een pompoen uithollen
de kracht van de wetgeving verminderen of ondermijnen