treffer

Vertalingen

treffer

bon tir, coup réussi, coup de chance (ˈtrɛfər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. keer dat je iemand of iets raakt Dankzij twee treffers van nummer 11 wonnen we.
schot dat of worp die het doel direct treft
2. resultaat na zoeken op internet Die zoekactie levert meer dan vierduizend treffers op.