tillen

Vertalingen

tillen

aufheben, erheben, heben, zückenlever, lift, raise, heftélever, lever, soulever, (sou)lever (qc, qn), roulerlevantar (ˈtɪlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd tilde , voltooid deelwoord heeft getild
1. met je handen iets zwaars omhoog brengen een zware koffer tillen rugklachten krijgen door verkeerd te tillen
iets erg belangrijk vinden
2. oplichten iemand voor duizend euro tillen