tegenover

Vertalingen

tegenover

gegenüber, an, gegen, wideropposite, acrossfrom, against, inexchangefor, opposedto, upon, across fromen face de, contre, vis‐à‐vis, à l'égard de, avec, comparé à, contrairement à, en facedi fronte, contrario, opposto, di fronte aمُوَاجِهٌnaproti, protiover for, overforαντίκρυ, απέναντι απόenfrente, enfrente devastapäätäna drugoj strani, nasuprot・・・の向かい側に, 向かい側に...의 맞은편에, 반대편에midt imot, rett overfornaprzeciwkoem frente, em frente deнапротивmitt emotตรงข้าม, ที่อยู่คนละด้านkarşılıklı, karşısındađối diện在...对面, 在对面 (texə(n)ˈovər)
voorzetsel
1. aan de overkant Tegenover mijn huis is een park.
2. ten opzichte van Dat is niet zo aardig tegenover je klasgenoot.