voorstaan

(doorverwezen van stond voor)
Vertalingen

voorstaan

begünstigenfavor, favour ('vorstan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd stond voor , voltooid deelwoord heeft voorgestaan
1. sport achterstaan meer punten hebben dan iemand anders Hij staat voor met 2-1 in sets.
2. (iets) willen of bepleiten Hij staat een andere aanpak voor dan zijn voorganger.
3. aandacht vragen voor iets waar je trots op bent We laten ons graag voorstaan op onze tolerantie.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.