steek

Vertalingen

steek

Stich, Masche, Pik, Schlingestitch, loop, mesh, prick, spades, sting, guff, stabmaille, piqûre, coup, point, élancementcappio, puntoدَرْزَةstehstingβελονιάpuntadaommelšavひと針한 바늘stingszewpontoстежокstygnรอยเย็บdikişmũi khâu缝合 (stek)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud steken
1. keer dat je gestoken (1) wordt messteek
iets onaardigs dat niet openlijk gezegd wordt
2. plotselinge korte pijn steken in je zij hebben
3. hoe een draad door de stof gestoken is siersteek
een domme fout maken
4. helemaal niets Ik zie geen steek.
5. (iemand) verlaten en hem of haar in de problemen laten zitten