prik

Zoekopdrachten gerelateerd aan prik: prikbord, prikken
Vertalingen

prik

Neunauge, Pik, Stich, Stoßprick, spades, sting, jabpiqûre, boisson gazeuse, pointe, sodaوَخْزَةٌinjekcestødeτσίμπημαpinchazopistoinjekcijavaccinazione突き재빠른 일격stikkszczepienieinjeção, socoпрививкаsprutaการแย็บaşımũi tiêm刺戳 (prɪk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
1. medisch keer dat je iets ingespoten krijgt met een injectienaald griepprik
2. steek met een puntig ding speldenprik
3. meervoud g.mv. limonade met koolzuur een glaasje prik
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.