praatje

Vertalingen

praatje

rumor, rumour, chat, talkbagou, causerie, causette, propos, rumeur, conte, discussionثَرْثَرَة, كَلَامhovor, rozhovorchat, snakGespräch, Plaudereiκουβεντούλα, λόγιαcharla, conversaciónpuhe, rupattelučavrljanje, razgovorchiacchierata, conversazioneおしゃべり, 話강연, 잡담prat, snakkpogawędka, rozmowabate-papo, conversa, palestraбеседа, разговорpratstund, samtalการแสดงปาฐกถา, การพูดคุยกันเล่นๆkonuşma, sohbetbài nói chuyện, chuyện phiếm交谈, 聊天 (ˈpracə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
1. gesprekje een praatje maken met iemand
2. vervelend nieuwtje over iemand dat vaak niet waar is kletspraatjes praatjes rondstrooien over de gokverslaving van de zoon van de bakker
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.