overtreden

(doorverwezen van overtrad)
Vertalingen

overtreden

violer, désobéir, enfreindre, transgresser, contrevenir (à)break (ovərˈtredə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd overtrad , voltooid deelwoord heeft overtreden
je niet houden aan (een regel of wet)
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.