overschot

Thesaurus

overschot:

surplus
Vertalingen

overschot

Saldobalance, remainder, surplusreliquat, solde, reste, surplus, excédentbilancio, equilibrio, livellaresuperávitnadwyżkaπλεόνασμαизлишъкpřebytekoverskudעודף흑자överskott (ˈovərsxɔt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ten
wat er te veel is of overblijft een overschot aan vakantiekrachten
het lijk
volkomen gelijk hebben
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.