ordenen

Vertalingen

ordenen

anorden, arrangieren, einrichten, ordnen, veranstaltenarrange, fixup, geminate, orderaccommoder, arranger, disposer, organiser, (ar)ranger, régler, rassembler, ordonnerordinare, predisporre, sistemare, stipulareorganizarتنظيمorganizowanieорганизиране组织組織ארגון (ˈɔrdənə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ordende , voltooid deelwoord heeft geordend
in volgorde of volgens een ander systeem rangschikken alle programma's op je computer netjes ordenen in mappen