opgave

Thesaurus
Vertalingen

opgave

Arbeit, Aufgabe, Pensum, Problemproblem, task, assignedjob, job, troubleproblème, tâche, devoir, abondon [sport], énoncé, épreuve, exercice, indication, relève, déclarationproblema (ˈɔpxavə)
zelfstandig naamwoord meervoud -n
1. vermelding van gegevens prijsopgave opgave doen van al je onkosten
2. iets lastigs wat je moet doen opgaven in een leerboek Het was een hele opgave om de boekenkast te verplaatsen.