ontzeggen

Vertalingen

ontzeggen

dénier, interdire (qc à qn), priver, refuser (qc à qn), rejeter [en justice], refuser, sevrerdenynegarnegarenegar拒绝拒絕Odepřít거부ปฏิเสธ (ɔntˈsɛxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ontzegde, ontzei , voltooid deelwoord heeft ontzegd
1. zeggen dat iemand iets niet (meer) mag iemand de toegang tot het stadion ontzeggen iemand de rijbevoegdheid ontzeggen
2. zij heeft beslist talent
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.