ontslaan

(doorverwezen van ontsloeg)
Vertalingen

ontslaan

entlassen, abdanken, verabschiedenfire, sack, discharge, dismiss, exempt, lay offlicencier, renvoyer, dispenser, exempter, suspendre, libérer, casser, congédier, destituer, remercier, révoquer, virerlicenziare, buttare fuori, saccoيُسَرِّحُ العُمَّالُ مُؤَقَتَاً, يَصْرِفُ مِنَ الـخِدْمَةpropustit, vyhodit z práceafskedige, fyreαπολύω, διώχνωdespedir, echar del trabajoantaa potkut, lomauttaaotpustiti一時解雇する, 首にする부대에 담다, 일시 해고하다gi sparken, permitterezwolnićdemitir, despedir, dispensarувольнятьavskeda, säga uppเลิกจ้างงาน, ปลดออกจากงานişten atmak, işten çıkarmakcho thôi việc, sa thải开除, 解雇 (ɔntˈslan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ontsloeg , voltooid deelwoord heeft ontslagen
1. (iemand) zeggen dat hij of zij geen baan meer bij je heeft Er werden onverwacht tien mensen tegelijk ontslagen. eervol ontslagen worden
2. niet langer als patiënt in het ziekenhuis hoeven blijven, naar huis mogen