maandag

Vertalingen

maandag

MontagMondaylundiΔευτέραlunesпонедельникlunedìالْإِثْنَيـنُpondělímandagmaanantaiponedjeljak月曜日월요일mandagponiedziałeksegunda-feiramåndagวันจันทร์Pazartesithứ Hai星期一Понеделник星期一יום שני ('mandɑx)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -en
1. eerste dag van de week
2. een heel korte periode
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.
Collins Multilingual Translator © HarperCollins Publishers 2009