lessen

Vertalingen

lessen

Lessines, apaiser [soif], assouvir, étancher, éteindre [chaux], satisfaire [sentiments]lessonsleccioneslektionenlezioniурокиliçõesالدروسlekcjeμαθήματαуроци教训教訓lektionerレッスン수업Lektionerบทเรียน (ˈlɛsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd leste , voltooid deelwoord heeft gelest
1. lessen nemen in autorijden Op haar zestigste is ze nog gaan lessen.
2. drinken Na het sporten les ik mijn dorst door een heleboel water te drinken.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.