kluit


Zoekopdrachten gerelateerd aan kluit: kuit schieten
Vertalingen

kluit

Kloß, Klumpenchunk, clod, lumpboule, motte, avocetteammaccatura, cumulo, gnocco (klœyt)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. aarde rond de wortels van een plant of boom een kerstboom met kluit kopen
dicht bij elkaar op een kluitje wonen
2. (iemand) niet helpen, maar met een mooi praatje wegsturen
3. iedereen bedriegen