kantoor

Thesaurus

kantoor:

werkplekkantoorgebouw,
Vertalingen

kantoor

Büro, Amt, Geschäftszimmer, Kontoroffice, bureaubureau, cabinet [avocat], étude [notaire], cabinet, étudeoficinaufficio, impiegoمَكْتَبٌkancelářkontorγραφείοtoimistouredオフィス사무실kontorbiuroescritórioофисkontorสำนักงานbürovăn phòng办公室Офис辦公室המשרד (kɑnˈtor)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -toren
(deel van een) bedrijf of organisatie waar vooral administratief werk wordt gedaan advocatenkantoor kantoormeubelen
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.
Collins Multilingual Translator © HarperCollins Publishers 2009