kano

Vertalingen

kano

canoë, barquette, canotKanucanoeقَارِبkánoekanoκανόcanoa, piraguakanoottikanucanoaカヌー카누kanokajakcanoaканоэkanotเรือแคนูkanocanô独木舟קאנו (ˈkano)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud 's
1. lange smalle boot die je met een peddel vooruit beweegt Canadese kano
2. lange smalle koek met de smaak van amandel in de kantine een kano kopen