jasje

Vertalingen

jasje

Jacke, Männerrockjacketveste, vestongiacca, giubbaسُتْرَةٌsakojakkeσακάκιchaquetatakkijaknaジャケット재킷jakkemarynarkajaqueta, blusãoпиджакkavajเสื้อแจ๊กเก็ตceketáo khoác夹克衫яке (ˈjɑʃə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
kort jasje, vooral voor binnen Je jasje past goed bij je broek.
iemand aanspreken om iets te bespreken Ik zal hem morgen over die kwestie aan zijn jasje trekken.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.