inrichten

Vertalingen

inrichten

etablieren, gründenerect, establish, arrange, putinorder, tidyrégler, ordonner, ranger, décorer, équiper (de), installer, meubler, monterergere, rizzare (ˈɪnrɪxtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd richtte in , voltooid deelwoord heeft ingericht
(een gebouw) geschikt maken voor gebruik een huis inrichten een goed ingericht ziekenhuis
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.