inhouden

(doorverwezen van hield zich in)
Thesaurus

inhouden:

omvatomvatten,
Vertalingen

inhouden

(ˈɪnhɑudə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hield in , voltooid deelwoord heeft ingehouden
1. niet naar buiten laten of tegenhouden je buik inhouden je adem inhouden
minder snel gaan lopen
2. betekenen of impliceren De maatregel houdt in dat iedereen moet bezuinigen, maar niet iedereen even veel. Dat hij niet gekomen is houdt in dat hij nog steeds boos op ons is.
3. niet uitbetalen Op je loon zijn de loonbelasting en de premies ingehouden.

inhouden

abrechnen, einschließen, enthaltencontain, include, comprise, countdowncontenir, renfermer, retrancher, retenir, déduire, rentrer, supposer, receler, signifierabbracciare, rinchiuderezawartośćindholdсодержаниеתוכןobsahinnehållсъдържание (ˈɪnhɑudə(n))
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hield zich in , voltooid deelwoord heeft zich ingehouden
zich beheersen Ik werd heel boos, maar ik heb me ingehouden.