uithouden

(doorverwezen van hield uit)
Thesaurus
Vertalingen

uithouden

aushalten, ausstehen, austragen, ertragenabide, bear, carryout, endure, putupwith, suffer, bear withsoutenir, supporter (ˈœythɑudə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd hield uit , voltooid deelwoord heeft uitgehouden
tot het einde verdragen Ik snap niet hoe jij het met die man uithoudt. De warmte is niet uit te houden.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.