forceren

(doorverwezen van heeft geforceerd)
Thesaurus
Vertalingen

forceren

aufdrängen, aufdringen, aufnötigen, dringen, vergewaltigenforce, impose, violatecontraindre, imposer, obliger, violer, forcerfuerza (fɔrˈserə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd forceerde , voltooid deelwoord heeft geforceerd
1. met geweld openmaken een slot forceren
2. met dwang of geweld proberen te bereiken een beslissing forceren
een gemaakte, onechte glimlach
zich teveel inspannen
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.