achten

(doorverwezen van heeft geacht)
Vertalingen

achten

achten, bedünken, befinden, dafür halten, erachten, hochschätzen, meinenesteem, opine, think, account, deem, thinkwellof, find, judgeestimer, apprécier, être d'avis, penser que, croire, faire attention (à), juger, priser, respecter, se soucier deattenzione, stimaconsiderar考虑考慮overveje고려övervägaพิจารณา (ˈɑxtə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd achtte , voltooid deelwoord heeft geacht
1. formeel beschouwen als iets ongewenst achten
men vindt dat iemand (iets moet doen) Iedereen wordt geacht op tijd aanwezig te zijn.
2. waardering hebben voor
<aanhef van een brief of gezegd als je tegen iemand gaat spreken> Geachte dames en heren, ik nodig u uit aan tafel.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.