afvaardigen

(doorverwezen van heeft afgevaardigd)
Thesaurus
Vertalingen

afvaardigen

abordnen, delegieren, deputierendelegate, deputedéléguer, députer, dépêcher (ˈɑfardəxə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd vaardigde af , voltooid deelwoord heeft afgevaardigd
(iemand) als vertegenwoordiger van een groep sturen twee personeelsleden afvaardigen naar een landelijke commissie Nederland mag drie schaatsers afvaardigen voor de wereldkampioenschappen.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.