haaks

Thesaurus
Vertalingen

haaks

perpendikulär, rechtwinklig, senkrechtperpendicular, right‐angle, squaredroit, rectangle, perpendiculaire (haks)
bijvoeglijk naamwoord
met een hoek van 90 graden De twee vlakken staan haaks op elkaar.
tegenstrijdig zijn of strijdig zijn met Hun meningen staan haaks op elkaar.