gips

Vertalingen

gips

plâtre, gypsecast, gypsumgessoyesoGipsгипсgessoالجبسgipsגבסgips (xɪps)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. wit poeder die hard wordt als er water bij komt een zakje gips
2. verband met hard geworden gips Mijn gebroken pols zit nu in het gips om te genezen.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.