fladderen

Thesaurus

fladderen:

vlinderenrennen, vliegen, wapperen,
Vertalingen

fladderen

flirten, herumflattern, liebeln, tändelnflirt, flit, flutterflirter, voltiger, conter fleurettesvolazzare (ˈflɑdərə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd fladderde , voltooid deelwoord heeft gefladderd
vliegen met vleugels die heel snel op en neer gaan De jonge merel fladderde uit het nest.
het leven niet al te serieus nemen
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.