elkaar

Thesaurus
Vertalingen

elkaar

einandereachother, oneanother, each other, interact, nestde, entre eux, etc.) l'autre, l'un (à, réciproquement, se, mutuellement, nous (ɛlˈkar)
voornaamwoord
1. <woord waarmee je aangeeft dat de een naar de ander hetzelfde doet als de ander naar de een> elkaar een zoen geven elkaar helpen
2. <woord zonder eenduidige betekenis, vaak in combinatie met een voorzetsel>
de een achter de ander
de een bij de ander
rommelig worden, vermengen
de dingen verwarren
de samenstellende delen scheiden, demonteren
iets monteren, maken
dat komt goed
niet meer samenwonen
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.