dof

Thesaurus

dof:

versuftglansloos,
Vertalingen

dof

obtuse, dullobtus, sourd, terne, étouffé, mat, morne, sourdement, éteint, vitreuxsordoStumpfopacomatnýמשעמם무딘 (dɔf)
bijvoeglijk naamwoord
1. zonder glans De verf is na al die jaren dof geworden. Je ogen staan dof.
2. niet helder klinkend Ik hoor een doffe knal.
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.