bruikbaar

Thesaurus
Vertalingen

bruikbaar

tauglich, tüchtigofuse, suitableconvenable, propice, utilisable, apte à, apte (à), bon/bonne (à), capable, qui peut (encore) servir, pratique, utile (ˈbrœykbar)
bijvoeglijk naamwoord
onbruikbaar dat je goed kunt gebruiken een bruikbaar alternatief
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.