braaf

Thesaurus

braaf:

zoetsmakendgesuikerd, zoet,
Vertalingen

braaf

brav, sittsam, tapfer, tüchtig, tugendhaft, wacker, züchtigbrave, gallantbrave, vaillant, sagegalante (braf)
bijvoeglijk naamwoord
die zich goed gedraagt braaf doen wat je gevraagd wordt brave hond
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.