binnen

Thesaurus

binnen:

inhierbinnen, te, binnenshuis,
Vertalingen

binnen

(ˈbɪnə(n))
bijwoord
1. buiten in een ruimte Buiten regent het, binnen is het droog. naar binnen gaan
<wat je zegt tegen iemand die op je deur klopt, als toestemming om binnen te komen> Binnen zonder kloppen.
2. ik herinner me dat Het schiet me ineens te binnen dat ik een afspraak heb.
3. geen trek in eten hebben
4. aan de binnenkant die jas is van binnen groen en van buiten rood

binnen

innerhalb, binnen, bis, in, inne, inwendig, nach, pro, zu, drinneninside, within, a, in, into, per, until, on, till, indoorsdans, dedans, à, en, à l'intérieur, au milie de, jusqu'à, parmi, à l'intérieur (de), après, avant, en moins de, à l’intérieuren, dentro, dentro deun, al coperto, dentro, entroدَاخِل, دَاخِلاً, في الدَّاخِلِuvnitř, vevnitřinden i, indendørs, indenforεντός, μέσα, σε εσωτερικό χώροsisällä, sisäpuolellaunutar, unutra・・・以内で, 内側に, 屋内で...의 안쪽에, 실내로, 실내에innen(for), innendørs, inniw domu, w obrębie, wewnątrzdentro, dentro de casaв помещении, внутри, внутрьinom, inomhus, inutiในบ้าน, ภายในiçeride, içindeở trong, ở trong nhà, trong vòng在...之内, 在内部, 室内בתוך (ˈbɪnə(n))
voorzetsel
1. buiten <ter aanduiding van een plaats waarin iets is of gebeurt> Binnen de bebouwde kom is de maximum snelheid vijftig kilometer.
2. <ter aanduiding dat iets korter duurt dan genoemd> Ik ben binnen een uur bij je.