beker

Thesaurus
Vertalingen

beker

Becher, Kelch, Pokal, Tassechalice, goblet, beaker, mugcoupe, gobeletΚρατήρcalicekubekЧашаカップถ้วย (ˈbekər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. hoge, smalle kop zonder oor om uit te drinken een beker melk
2. soort vaas in de vorm van een beker die je wint bij een wedstrijd bekerfinale
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.