alweer

Vertalingen

alweer

abermalig, abermals, von neuem, wieder, wiederholt, zurückagain, afresh, alloveragain, anew, oncemorede nouveau, encoreotra vezсноваمرة أخرىZnovuשוב (ɑlˈwer)
bijwoord
1. nog een keer alweer met vuile kleren thuiskomen
2. <om te zeggen dat je verbaasd bent dat het zo snel gaat> Ben je nu alweer terug? Het is alweer december!
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.