aanvoerder

Vertalingen

aanvoerder

('anvurdər) mannelijk meervoud -s

aanvoerster

Befehlshaber, Chef, Häupling, Haupt, Herr, Oberhaupt, Vorsteherleader, boss, chief, commander, superiorchef, capitaine, dirigeant/-ante, meneur/-euse, meneurjefecapo, imprenditoreкапитанcapitãoالقبطانkapitanκαπετάνιοςКапитанKapitán선장Kapten ('anvurstər) vrouwelijk meervoud -s
zelfstandig naamwoord
sport iemand die een team leidt
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.