aanspraak

Thesaurus

aanspraak:

rechtrechtsgrond, rechtstitel,
Vertalingen

aanspraak

Ansprache, Anspruch, Anrechtclaim, presumption, pretencedroit, occasion de parler, revendicationreclamar (ˈansprak)
zelfstandig naamwoord meervoud -spraken
1. keer dat mensen tegen je praten Ik ben vaak alleen en heb weinig aanspraak.
2. zeggen dat je recht op iets hebt aanspraak maken op een erfenis
Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.