ziel
Seele, Gemütsoulâmeψυχήalmaنَفْسdušesjælalmasieludušaanima魂영혼sjelduszaдушаsjälวิญญาณruhlinh hồn灵魂душа靈魂 (zil)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -en1. onzichtbaar en onsterfelijk deel van de mens dat volgens gelovigen maakt dat je leeft
âme vrouwelijk erg openhartig zijn over wat je denkt en voelt
mettre son coeur à nu iemand ernstig kwetsen of beledigen
vexer quelqu'un 2. mens
personne vrouwelijk De arme ziel kan niet in haar eigen huis blijven wonen; ze moet naar een verzorgingshuis. La pauvre, elle ne peut pas rester dans sa maison; elle devra aller dans une maison de repos. <dit zeg je als blijkt dat twee mensen toevallig tegelijk hetzelfde gaan doen of zeggen>
c'est de la télépathie! Kernerman English Multilingual Dictionary © 2006-2013 K Dictionaries Ltd.