zwerven

(doorverwezen van zwierf)
Vertalingen

zwerven

bummeln, herumschweifen, irren, streifen, umherstreifen, vagabundieren, vagieren, wandernwander, migrate, roam, wanderabouterrer, rôder, vaguer, vagabonder, voyager au loin, rouler (ˈzwɛrvə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zwierf , voltooid deelwoord heeft gezworven
1. niet op een vaste plaats wonen of blijven een zwervend bestaan leiden
2. (van rommel) liggen waar het niet hoort Er zwerven hier allemaal boeken en tijdschriften over de grond.