zuster

Vertalingen

zuster

Schwester, Krankenschwestersister, sibling, nursesœur, infirmièreαδελφήhermanasorellaсестраirmãsiostraсестраsestrasøsterאחות姉妹syster (ˈzʏstər)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud -s
1. zus de ongetrouwde zuster van mijn moeder
2. vrouwelijke verpleegkundige Met deze knop naast het bed kan je de zuster bellen.