zullen

Vertalingen

zullen

müssen, sollen, werden, wirdshall, will, go, haveto, must, oughtto, shoulddevoir, aller, être obligé, [futur], s'en aller, aller + infinitif, futurdovere, auxiliary for the future tense, auxiliary verb for future tense, stare perسَوْف, سَوْفَbude, budu, chystat sevil, bliveθα, πρόκειταιdeber, hacer en futuro, ir, irse, verbo auxiliar de futuro, voluntadfuture tense, olla, tullabiti, dogoditi se(未来のことを述べて)・・・するだろう, (未来を表して)・・・だろう, ・・・するところだ~일 것이다, …하려고 하다bli, , skullenie tłumaczy się na język polski w przypadku tworzenia czasu przyszłego, nie tłumaczy się na język polski; służy do tworzenia czasu przyszłego, będzieir, verbo auxiliar do futuro (ir), verbo usado para exprimir futuro, verbo usado para exprimir futuro ou obrigatoriedadeбудет, буду, предстоятьkomma attจะ, กำลังจะecek, acaksắp, sẽ即将, 将要ще (ˈzʏlə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zou
1. <met dit woord geef je aan dat iets in de toekomst gebeurt> Er zullen meer mensen komen dan vorig jaar.
<hiermee geef je aan dat iets niet te vermijden was> We moesten en zouden hun vakantievideo bekijken.
2. <met dit woord beschrijf je een (gewenste) mogelijkheid> Ik zou wel eens willen waterskiën. Zou het zijn dochter zijn? Het zal toch niet waar zijn!
3. <met dit woord formuleer je een beleefde vraag> Zou u het raam dicht willen doen? Zullen jullie niet te veel drinken?