zuipen

Vertalingen

zuipen

saufen, zechendrink, drinktoexcess, downpomper, s'enivrer, boire comme un trou, bouffer [essence, huile]bere, bevanda (ˈzœypə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd zoop , voltooid deelwoord heeft gezopen
gulzig of veel drinken, vooral alcoholhoudende drank